CAO VOOR UITZENDKRACHTEN ABU PDF

Hoofdstuk 2 van deze cao, met uitzondering van het uitzendbeding, blijft van toepassing op de payrollovereenkomst voor bepaalde tijd die is gesloten voor en doorloopt na 1 januari tot het moment dat deze payrollovereenkomst eindigt. Hierbij geldt de voorwaarde dat de arbeidsvoorwaarden van deze payrollovereenkomst overeenkomstig de wettelijke bepalingen betreffende de payrollovereenkomst zijn en minimaal gelijk aan hetgeen van toepassing is op de payrollovereenkomst die is gesloten voor 1 januari Een overzicht van deze leden is te vinden op de website van de NBBU. De cao is niet van toepassing op de uitzendonderneming, die valt onder de werkingssfeeromschrijving van een andere bedrijfstak-cao, tenzij die uitzendonderneming voldoet aan de in lid 4 genoemde cumulatieve vereisten. De cao blijft van toepassing, niettegenstaande het bepaalde in lid 3, op de uitzendonderneming die voldoet aan de volgende cumulatieve vereisten: a. Dit is slechts een stilistische keuze.

Author:Tarisar Yozshulkree
Country:Luxembourg
Language:English (Spanish)
Genre:History
Published (Last):12 April 2010
Pages:270
PDF File Size:20.4 Mb
ePub File Size:1.52 Mb
ISBN:255-4-79146-826-1
Downloads:83765
Price:Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader:Gasho



Van deze verplichting wordt de uitzendonderneming ontslagen, indien en voor zover zij gedurende de niet in achtgenomen termijn van kennisgeving aan de uitzendkracht passende arbeid als bepaald in artikel 44 van de cao aanbiedt. Van deze verplichting wordt de uitzendonderneming eveneens ontslagen, indien en voor zover de uitzendkracht de aangeboden passende arbeid niet accepteert. In afwijking van het gestelde in lid 2 is inachtneming van een termijn van kennisgeving niet vereist bij arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht.

Elke uitzendovereenkomst met uitzendbeding eindigt van rechtswege op de dag waarop de uitzendkracht de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, tenzij hiervan uitdrukkelijk wordt afgeweken in de individuele uitzendovereenkomst.

In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel kan elke detacheringsovereenkomst die is aangegaan voor bepaalde tijd onder het beding tot uitsluiting van de loondoorbetalingsverplichting door beide partijen bij de detacheringsovereenkomst tussentijds onverwijld worden opgezegd, indien door de uitzendonderneming een beroep wordt gedaan op het zojuist vermelde beding.

In dit geval kan de uitzendkracht met onmiddellijke ingang opzeggen en geldt voor de uitzendonderneming een opzegtermijn van drie maanden. Indien in de detacheringsovereenkomst een langere opzegtermijn wordt overeengekomen, dan geldt deze opzegtermijn voor zowel de uitzendkracht als de uitzendonderneming. Elke detacheringsovereenkomst voor bepaalde tijd en onbepaalde tijd eindigt van rechtswege op de dag waarop de uitzendkracht de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, tenzij hiervan uitdrukkelijk wordt afgeweken in de individuele detacheringsovereenkomst.

Artikel 15a Transitievergoeding Hetgeen in het BW is bepaald inzake de transitievergoeding geldt ook voor de uitzendonderneming, echter met in achtneming van hetgeen in dit artikel is bepaald. De uitzendonderneming is in ieder geval aan de uitzendkracht aan het einde van de uitzendovereenkomst die ten minste 24 maanden heeft geduurd, een transitievergoeding verschuldigd indien de uitzendovereenkomst: — door de uitzendonderneming is opgezegd; — op verzoek van de uitzendonderneming is ontbonden; — na het einde van rechtswege op initiatief van de uitzendonderneming niet is voortgezet; — als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de uitzendonderneming door de uitzendkracht is opgezegd; — als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de uitzendonderneming op verzoek van de uitzendkracht is ontbonden; of — als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de uitzendonderneming na het einde van rechtswege op initiatief van de uitzendkracht niet is voortgezet.

Om te bepalen of de uitzendovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd, worden: a. De vorige zin is eveneens van toepassing, indien de uitzendkracht achtereenvolgens in dienst is geweest bij verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de uitzendkracht, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. Indien in de in lid 4 onder b.

Artikel 16 Proeftijden Een detacheringsovereenkomst kan slechts een proeftijdbeding bevatten, indien en voor zover de overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van meer dan zes maanden. Als dan geldt de in de wet voorziene maximumproeftijd. In uitzondering hierop kan wel een proeftijd worden overeengekomen, indien de detacheringsovereenkomst voor meer dan zes maanden wordt aangegaan en de werkzaamheden die door de uitzendkracht worden verricht, duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden vereisen.

Bedoeld worden vaardigheden en verantwoordelijkheden waar de uitzendonderneming tijdens de voorgaande uitzendovereenkomst en redelijkerwijs onvoldoende inzicht in heeft verkregen. Toelichting: De wettelijke regeling voor proeftijden in artikel BW luidt als volgt: Indien partijen een proeftijd overeenkomen, is deze voor beide partijen gelijk.

De proeftijd wordt schriftelijk overeengekomen. Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan een proeftijd worden overeengekomen van ten hoogste twee maanden. Er kan geen proeftijd worden overeengekomen indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor ten hoogste zes maanden.

Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van langer dan zes maanden kan een proeftijd worden overeengekomen van ten hoogste: a. Indien het einde van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet op een kalenderdatum is gesteld, kan een proeftijd worden overeengekomen van ten hoogste een maand.

Van de leden 5, onderdeel a, en 6, kan slechts bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan worden afgeweken ten nadele van de werknemer. Elk beding waarbij een proeftijd is overeengekomen is nietig, indien: a. Artikel 17 Opvolgend werkgeverschap, rechtspositie en beloning De uitzendonderneming die opvolgend werkgever is, dient bij het bepalen van de rechtspositie van de uitzendkracht rekening te houden met het relevante arbeidsverleden van die uitzendkracht bij de vorige werkgever s.

Het door de uitzendkracht bij de vorige werkgever s opgebouwde relevante arbeidsverleden moet in geval van opvolgend werkgeverschap worden ingepast in het fasensysteem als opgenomen in de cao. Een uitzendonderneming die een uitzendkracht ter beschikking stelt die voorheen door een andere onderneming werd uitgezonden, zal bij de indeling in het functiesysteem zoveel als mogelijk, rekening houden met diens, bij deze andere onderneming verkregen functiegroep.

Ten aanzien van de uitzendkracht die uitzendarbeid verricht voor een uitzendonderneming, welke als opvolgend werkgever moet worden beschouwd krachtens de wet en de cao, geldt dat door die uitzendonderneming de opbouw van rechten conform de beloningsregeling van de cao wordt voortgezet. Als de uitzendkracht overgaat naar een andere uitzendonderneming om zijn werkzaamheden bij dezelfde opdrachtgever te kunnen voortzetten, dan is in afwijking van lid 3 de rechtspositie van de uitzendkracht gelijk aan zijn rechtspositie bij de vorige uitzendonderneming.

Daarmee is de duur van de voorgaande arbeidsovereenkomst op zichzelf niet relevant. Indien een werknemer eerst arbeid verricht voor een regulier werkgever en vervolgens dezelfde of nagenoeg dezelfde arbeid gaat verrichten krachtens een uitzendovereenkomst met een uitzendonderneming, terwijl de vorige werkgever nu deze werknemer inleent, is er sprake van opvolgend werkgeverschap.

Tenzij de uitzendkracht verzuimt zijn arbeidsverleden te melden aan de uitzendonderneming zie artikel 7 van de cao , zal deze uitzendkracht de gewerkte periode bij zijn vorige werkgever nu opdrachtgever meenemen en voortzetten in de fasensystematiek bij zijn nieuwe werkgever uitzendonderneming.

De reeds gewerkte periode wordt dan ingepast in het fasensysteem zie artikel 13 van de cao. Als deze uitzendkracht bijvoorbeeld twee jaar nagenoeg hetzelfde werk heeft verricht voor zijn vorige werkgever, bevindt hij zich op het moment dat hij via de uitzendonderneming gaat werken in fase B.

Indien een werknemer eerst arbeid verricht voor een uitzendonderneming en werkzaam is bij een bepaalde inlenende onderneming en vervolgens dezelfde of nagenoeg dezelfde arbeid gaat verrichten bij dezelfde opdrachtgever, maar nu via een andere uitzendonderneming, is er eveneens sprake van opvolgend werkgeverschap. Tenzij de uitzendkracht verzuimt zijn arbeidsverleden te melden aan de uitzendonderneming zie artikel 7 van de cao , zal deze uitzendkracht de periode die hij via de vorige uitzendonderneming bij deze opdrachtgever heeft gewerkt, meenemen en voortzetten bij de nieuwe uitzendonderneming.

Als deze uitzendkracht bijvoorbeeld vijf weken bij deze opdrachtgever nagenoeg dezelfde arbeid heeft verricht, bevindt hij zich op het moment dat hij via de andere uitzendonderneming daar zijn werkzaamheden voortzet in fase A, ongeacht in welke fase hij zich bevond bij de vorige uitzendonderneming.

Immers, bij opvolgend werkgeverschap is het essentieel welke arbeid de uitzendkracht heeft verricht en niet welke rechtspositie hij heeft opgebouwd bij de vorige uitzendonderneming. In fase A resteren nog 73 weken. Hij blijft vervolgens dezelfde functie uitoefenen, maar nu via uitzendonderneming Y. Bij indiensttreding bij uitzendonderneming Y geldt een fase A van 78 weken, waarvan al 25 weken gewerkt.

Uitzendonderneming Y is namelijk opvolgend werkgever van werkgever X voor 25 weken. Deze weken worden ingepast in fase A 78 weken.

Een uitzendkracht heeft bij zijn voormalige werkgever X gedurende 50 weken onafgebroken gewerkt in een bepaalde functie. Bij indiensttreding bij uitzendonderneming Y geldt een fase A waarvan ten minste 52 weken resteren.

Uitzendonderneming Y is namelijk opvolgend werkgever van werkgever X voor 50 weken. Ongeacht de duur van zijn arbeidsverleden kan de uitzendkracht altijd nog 52 weken in fase A worden uitgezonden. Een uitzendkracht heeft bij zijn voormalige werkgever X gedurende drie jaar onafgebroken gewerkt in een bepaalde functie.

Bij indiensttreding bij uitzendonderneming Y start de uitzendkracht in fase A waarvan nog 52 weken resteren. Hoofdstuk 4 Beloning Paragraaf 1 Inleiding De bepalingen in deze paragraaf zijn van toepassing op de uitzendkracht die wordt beloond op grond van de inlenersbeloning of de ABU-beloning. Artikel 18 Beloning De uitzendkracht wordt beloond conform de bepalingen uit paragraaf 2 Inlenersbeloning van dit hoofdstuk, tenzij hij valt onder de bepalingen zoals opgenomen in paragraaf 3 ABU-beloning van dit hoofdstuk en de ABU-beloning wordt toegepast.

Paragraaf 4 Loondoorbetaling en passende arbeid bij wegvallen uitzendarbeid en paragraaf 5 Overige beloningsbepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op zowel de uitzendkracht die wordt beloond conform paragraaf 2 Inlenersbeloning van dit hoofdstuk, als op de uitzendkracht die wordt beloond conform paragraaf 3 ABU-beloning van dit hoofdstuk.

Paragraaf 2 Inlenersbeloning De bepalingen in deze paragraaf zijn van toepassing op de uitzendkracht die wordt beloond op grond van de inlenersbeloning. Artikel 19 Inlenersbeloning vanaf eerste dag terbeschikkingstelling De uitzendkracht heeft vanaf de eerste dag van zijn terbeschikkingstelling bij de opdrachtgever recht op de inlenersbeloning, tenzij hij behoort tot een van de specifieke groepen als bedoeld in artikel 27 van paragraaf 3 ABU-beloning van dit hoofdstuk.

Ook aan de uitzendkracht in fase C met een detacheringsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan door de uitzendonderneming de inlenersbeloning worden toegekend. Een en ander vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in deze paragraaf. De keuze van de uitzendonderneming voor toepassing van de inlenersbeloning in plaats van de ABU-beloning, wordt per uitzendkracht bij aanvang van de detacheringsovereenkomst voor onbepaalde tijd in fase C schriftelijk vastgelegd.

De keuze kan gedurende de gehele duur van fase C niet worden gewijzigd. Artikel 20 Functie-indeling en beloning De inlenersbeloning wordt per terbeschikkingstelling vastgesteld. Bij toepassing van de inlenersbeloning wordt de door de uitzendkracht te vervullen functie voor aanvang van de terbeschikkingstelling ingedeeld in de bij de opdrachtgever toepasselijke functiegroep. De indeling vindt plaats op basis van de door de opdrachtgever verstrekte informatie zie lid 3 van dit artikel.

Tot 2 september luidt lid 2 als volgt: De inlenersbeloning is samengesteld uit de navolgende elementen, overeenkomstig de bepalingen, zoals die gelden in de inlenende onderneming: a.

Met ingang van 2 september wordt artikel 20 lid 2 vervangen door: De inlenersbeloning is samengesteld uit de navolgende elementen, overeenkomstig de bepalingen, zoals die gelden in de inlenende onderneming: a. De uitzendonderneming voorziet in een proces waarmee zij zich ervan verzekert dat de inlenersbeloning correct wordt vastgesteld. Toepassing van de inlenersbeloning zal nooit worden aangepast met terugwerkende kracht, behalve als: er sprake is van opzet dan wel kennelijk misbruik of, de uitzendonderneming zich niet aantoonbaar heeft ingespannen voor een correcte vaststelling van de inlenersbeloning als bedoeld in lid 4 van dit artikel of, de uitzendonderneming zich niet heeft gehouden aan het bepaalde in lid 6 van dit artikel met betrekking tot de elementen genoemd onder c.

Bij iedere terbeschikkingstelling is de uitzendonderneming verplicht de onder a. Bij wijziging van de arbeidsvoorwaarden gedurende de terbeschikkingstelling betreffende een van de bovenstaande elementen is de uitzendonderneming verplicht deze wijziging schriftelijk aan de uitzendkracht te bevestigen.

Indien de uitzendkracht werkzaam is in de bouw, kunnen op grond van artikel 51 van de cao afwijkende beloningsafspraken gelden. Als de uitzendkracht die voor de uitzendonderneming in nagenoeg dezelfde functie werkzaam is bij verschillende opdrachtgevers, in dienst treedt bij een andere uitzendonderneming binnen hetzelfde concern, houdt de nieuwe uitzendonderneming voor het toekennen van een periodieke verhoging rekening met alle werkervaring die is opgedaan bij de verschillende opdrachtgevers bij de uitzendondernemingen binnen het concern.

Dit tenzij de nieuwe uitzendonderneming aan de hand van de inschrijving, sollicitatie of andere feiten en omstandigheden laat zien dat deindiensttreding bij de andere uitzendonderneming binnen hetzelfde concern op initiatief van de uitzendkracht is gebeurd. Onder concern wordt verstaan de groep zoals bedoeld in artikel b BW.

Artikel 22 Toeslagen In het kader van de toepassing van de inlenersbeloning als bedoeld in artikel 20, heeft de uitzendkracht recht op dezelfde toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid waaronder feestdagentoeslag en ploegentoeslag zoals deze gelden voor de werknemer in dienst van de opdrachtgever, werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie als de uitzendkracht.

Artikel 24 Kostenvergoeding In het kader van de toepassing van de inlenersbeloning als bedoeld in artikel 20, heeft de uitzendkracht recht op dezelfde kostenvergoeding en als de werknemer in dienst van de opdrachtgever, werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie als de uitzendkracht, indien en voor zover de uitzendonderneming deze vrij van loonheffing en premies kan uitbetalen.

Het gaat hierbij om reiskosten, pensionkosten, gereedschapskosten en andere kosten die noodzakelijk zijn vanwege de uitoefening van de functie. Artikel 25 Periodieke verhoging In het kader van de toepassing van de inlenersbeloning als bedoeld in artikel 20, is de uitzendonderneming ten aanzien van de uitzendkracht gehouden tot toepassing van dezelfde periodieke loonsverhoging zoals deze geldt voor de werknemer in dienst van de opdrachtgever, werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie als de uitzendkracht.

De hoogte van de periodieke loonsverhoging en het tijdstip waarop deze wordt uitgekeerd, zijn overeenkomstig hetgeen bij de opdrachtgever geldt. Artikel 26 Verplichte correctie in verband met het wettelijk minimumloon Indien de inlenersbeloning voor een voltijdswerkweek minder bedraagt dan het minimumloon, zal een correctie van de inlenersbeloning plaatsvinden, zodat het niet meer in strijd is met de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Paragraaf 3 ABU-beloning De bepalingen in deze paragraaf zijn van toepassing op de uitzendkracht die wordt beloond op grond van de ABU-beloning. Artikel 27 ABU-beloning specifieke groepen Wanneer de uitzendkracht behoort tot een van de volgende groepen zoals omschreven in dit artikel, kan de uitzendkracht worden beloond overeenkomstig het bepaalde in deze paragraaf. In dat geval is de inlenersbeloning niet van toepassing.

Voorwaarde daarbij is dat deze BKA-opleiding kwalitatief aan een aantal normen voldoet. Voorts behoort tot deze groep de uitzendkracht die valt onder de bijzondere gevallen en de voorwaarden die nader zijn omschreven in artikel 6 van Bijlage II van de cao. De uitzendkracht ingedeeld in deze groep geniet een naar tijdsruimte vastgesteld loon en — indien van toepassing — een kostenvergoeding, een en ander vastgesteld met inachtneming van de bepalingen uit deze paragraaf en Bijlage I van de cao.

Wanneer de uitzendkracht echter overeenkomstig de indelingsmethodiek in Bijlage I wordt ingedeeld in functiegroep 7 of hoger, is toepassing van de ABU-beloning niet mogelijk. In dat geval is de inlenersbeloning van toepassing. De uitzendkracht behorend tot de transitiegroep Tot deze groep behoort de uitzendkracht die van werk naar werk wordt begeleid. De uitzendkracht behorend tot de groep niet indeelbaar Tot deze groep behoort de uitzendkracht die niet kan worden ingedeeld in het functiegebouw bij de opdrachtgever conform artikel 20 van deze cao.

Om te bepalen of een uitzendkracht niet kan worden ingedeeld in het functiegebouw van de opdrachtgever, dient het stappenplan in Bijlage V van de cao te worden doorlopen. Tot deze groep behoort tevens de uitzendkracht die bij aanvang van de detacheringsovereenkomst voor bepaalde tijd niet direct ter beschikking wordt gesteld, waardoor het niet mogelijk is de inlenersbeloning toe te passen.

De uitzendkracht ingedeeld in deze groep geniet een naar tijdsruimte vastgesteld loon en — indien van toepassing — een kostenvergoeding, een en ander vastgesteld met inachtneming van de bepalingen van deze paragraaf en Bijlage I van de cao.

De uitzendkracht met een detacheringsovereenkomst voor onbepaalde tijd in fase C Tot deze groep behoort de uitzendkracht die werkzaam is op basis van een detacheringsovereenkomst voor onbepaalde tijd in fase C.

Aan de uitzendkracht ingedeeld in deze groep kan door de uitzendonderneming de ABU-beloning en — indien van toepassing — een kostenvergoeding worden toegekend, een en ander vastgesteld met inachtneming van de bepalingen in deze paragraaf en Bijlage I van de cao.

De keuze voor toepassing van de ABU-beloning in plaats van de inlenersbeloning, wordt bij aanvang van de detacheringsovereenkomst voor onbepaalde tijd in fase C schriftelijk vastgelegd.

LENSCRAFTERS APPLICATION PDF

CAO voor Uitzendkrachten 2019- 2021

.

JIS C 0704 PDF

CAO voor Uitzendkrachten 2017 – 2019

.

CATERINA DA SIENA DIALOGO DELLA DIVINA PROVVIDENZA PDF

.

JCAPS 5.1.3 PDF

.

Related Articles